Thea Vos | Wageningen
Als ik het eenvoudig kon zeggen, hoefde ik het niet te schilderen. Ik moet het schilderen, maar tegelijkertijd is er twijfel als een kritische commentaarstem op mijn werk. In die spanning krijgen de schilderijen diepte en dimensie. De schilderijen roepen misschien eerder een sfeer op dan een beeld; eerder een associatie dan herkenning. Ik bedoel niet het een óf het ander, ik zoek juist naar verbinding tussen wat uitersten lijken; naar overbrugging van wat gescheiden is, naar verbeelding van wat zich aan het beeld onttrekt. Fundamenteel gaat het om de samenhang tussen al wat is: de processen van leven, vergaan en nieuw worden. De verbinding tussen het stoffelijke en het transcendente. De ervaring van desolatie (wezenlijk een-ling zijn) en aan de andere kant de ervaring van ultieme verbondenheid met het Al. Ik schroom niet het zelfde doek keer op keer over te schilderen tot wat erop verschijnt begint te lijken op wat ik wil uitdrukken. Mijn schilderijen zijn zelden definitief klaar. Meestal werk ik aan meerdere doeken tegelijk.
Regelmatig ga ik op reis op zoek naar (oude) culturen, de aandacht voor natuur en landschap. De diepe stilte, de eindeloosheid, het alleen zijn in de woestijn… die ervaringen hebben een onuitwisbare indruk op mij gemaakt.
Citaat uit de voordracht van kunsthistorica Agaath van der Kamp:"Het abstracte werk van Thea Vos herinnert soms aan landschappen. Maar dichterbij worden we uitgenodigd de tekens en verwijzingen naar een ver verleden te vinden. Daarbij graven we in de volheid en worden tegelijk geconfronteerd met wijdsheid en ruimte.